|
|
|
|
Klassieke Midden-Javaanse Hofdansen uit Surakarta (Solo)Aan de Midden-Javaanse hoven van Surakarta (Solo), Indonesië worden verschillende dansvormen onderwezen, waaronder: srimpi, bedoyo en wireng. De eerste twee worden gedanst door 4 resp. 9 danseressen en beelden in abstracte vorm (psychologische) gevechten uit. In de wireng dansen worden de gevechten met traditionele wapens als keris en pijl-en-boog beslecht. Vaak zijn dit duetten die zowel door mannen als vrouwen uitgevoerd kunnen worden. De personages zijn afkomstig uit de Ramayana en Mahabharata verhalen. Maar ook uit de Panji en Damagula verhalen.
Bovendien kunnen de dansen in drie verschillende type stijlen worden uitgevoerd. Allereerst door vrouwen ofwel putri, maar ook door putra halus dat wil zeggen verfijnde mannen dans die door zowel mannen als vrouwen kan worden uitgevoerd en als gagah ofwel grote/stoere mannen. Het repertoire is een combinatie van dansen en -vormen die gedoceerd worden aan de twee hoven - de Kraton Kusunanan en Mangkunegaran Istana - en de dansacademie S.T.S.I. in Surakarta. Er wordt tijdens voorstellingen meestal gewerkt met traditionele gamelan muziek op tape of cd. Eveneens wordt op verzoek regelmatig gerepeteerd en uitgevoerd met een levend gamelan muziekorkest. In de zomer van '96 heb ik toen nog met de dansgroep P.A. voor het eerst samengewerkt met het South Bank Center gamelan orkest in Londen olv John Pawson. In de zomer van '97 hebben we samengewerkt met het gamelan orkest dat repeteert in het Munchener Stadtmuseum en met de gamelangroep Wiluyedeng. Sinds enkele jaren verzorgen we jaarlijks een optreden met Wiluyedjeng zoals in 2006 en 2007.
In de zomer van 1998 ben ik opnieuw in Londen geweest om mee te werken aan het optreden ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan van het South Bank Center gamelan orkest. Ter gelegenheid van de Floriade 2002 promotie van de Indonesië stand heb ik regelmatig optredens verzorgt in samenwerking met Intan Permata en Sinar Anyar. Tijdens repetities en voor voorstellingen wordt er gebruik gemaakt van traditionele danskleding en wapens uit Indonesië. Daarnaast zijn elementen uit andere culturen in de Javaanse dansen te herkennen. Dit zijn onder andere de door de knieën gebogen houding en het vloeiend wisselen van gewicht uit de Chinese tai chi en Japanse aikido beweging- en vechtsporten. De sierlijke en expressieve arm-hand bewegingen zijn gebaseerd op de oud Indiase danskunst. Daarom kunnen de dansen ook een therapeutische uitwerking (strekken van de meridianen en activeren van de energie/marmapunten) hebben en meditatieve vormen aannemen. Zie hiervoor mijn webpagina over ayurveda en yoga.
Bunga Mas verzorgt dansvoorstellingen, demonstraties en workshops op verzoek bij uw organisatie, vereniging, instelling, school of bij u thuis. Afhankelijk van uw wens en de beschikbaarheid van de dansers wordt er samengewerkt met andere dansers en groepen. Bunga Mas staat onder leiding van/ is de artiestennaam van Monique Fischer-van den Broek. Ik dans al meer dan 10 jaar en heb lessen in Javaanse dans, Sumatraanse (klassiek en modern) dans gevolgd zowel hier in Nederland als in Indonesië (o.a. bij de bekende dansleraar en choreograaf Pak Maridi, Ibu Djoko en in de kraton van Solo). Overige activiteiten naast de dansvoorstellingen: activiteiten Enkele dans(vorm)en uit het repertoire van de dansgroep BUNGA MAS zijn:1. Tayungan: een dansvorm waarin tijdens de loopbewegingen uiteenlopende arm-hand-hoofd versieringen geoefend en gedemonstreerd worden. Ritme en harmonie staan centraal hierin. Tevens kan hier gebruik gemaakt worden van diverse attributen als boog, keris, dadap en sampur om te leren werken met deze attributen. 2. Bondhan: een solodans die een meisje uitbeeldt dat met haar baby-broertje/zusje naar de rivier gaat om deze te wassen en eten te geven. Er wordt gebruik gemaakt van een pop en pajung (parapluutje). 3. Tari Golek: een dans waarin de danseres(sen) laat(en) zien wat zij kan(kunnen), hoe goed zij de verschillende sierlijke en expressieve bewegingen en het ritme al beheerst(en). Langzame en statige bewegingen worden afgewisseld door vrolijke en snelle bewegingen van het zich opmaken en kleden. Er zijn verschillende stijlen die uitgevoerd kunnen worden zoals: Manis, Cluntang, Sri Rejeki, Sukoretno en Mugi Rahayu 4. Tari Gambyong: deze dans beeldt geen verhaal uit, echter hierin geven de danseressen gracieus vorm aan de vrolijke en ritmisch ingewikkelde bewegingen die in de begeleidende gamelan muziek ten gehore wordt gebracht. Vaak wordt deze dans uitgevoerd als welkomst dans vanwege het vrolijke karakter. Zij brengt de goede stemming voor de avond erin. De groep kent 3 verschillende gambyong stijlen, te weten Paré Anom, Pangkur en Ajun-ajun.
7. Tari Menangkoncar: een solo-dans uitgevoerd in putra halus of gagah variatie. Het is een scene uit de Mahabharata en gaat over een officier die zijn vrouw en kind moet verlaten om te vechten in de oorlog. Hij wil wel, hij wil niet. Hij wil zijn land verdedigen, maar hij weet ook diep in zijn hart dat hij niet zal terugkeren. Hij neemt afscheid en vertrekt. 8. Gunung Sari: dit is een topeng(maskerdans), een solo mannendans uit de Panji verhalen, uitgevoerd in putra halus stijl . Gunung Sari is op zoek naar zijn geliefde, maar kan haar
niet vinden. De danser brengt het masker tot
leven. Het masker wordt tegen het
hoofd geklemd door een lipje dat aan de binnenkant van het masker wat de danser
tussen zijn/haar tanden klemt. De ogen zijn niet meer dan uitgevijlde spleetjes,
waardoor het zicht zeer beperkt is en de danser als het ware met z'n ogen dicht
danst.
9. Manipuren: deze dans wordt als solo dans en als groepsdans uitgevoerd. In de zomer van 1997 ben ik naar Solo geweest om deze dans te leren bij de choreograaf van deze dans Bapak Maridi. De dans is gebaseerd op een dans genaamd "Manipuri" uit India, welke Pak Maridi zag gedurende zijn verblijf aldaar. Geïnspireerd door de dansen die hij daar zag ontwierp hij deze dans die zowel Indonesische als Indiase aspecten in zich heeft.
10. Mburu Kijang: het gouden hertje, een fragment uit het Ramayana epos. Rama, de prins is op zoek naar zijn geliefde Sita. Hij loopt door het bos en wat ziet hij tot zijn verbazing, een gouden hertje. Hij besluit dat hij het hertje wil vangen. Maar het gouden hertje is niet voor een gat te vangen en daagt Rama uit. Dan raakt Rama het hertje met een pijl. Het hertje verdwijnt in het bos en Rama denkt na over het gebeurde als opeens een enorme reus tevoorschijn komt. Het hertje heeft weer zijn ware gedaante aangenomen doordat hij geraakt is door de pijl van Rama. Er volgt een gevecht dat eindigt met een zwaargewonde reus en Rama die zijn zoektocht voortzet. De dans wordt uitgevoerd door drie dansers.
12. Srikandi Mustakaweni: het betreft een gevechtsdans tussen Srikandi, de jongste vrouw van Arjuna en incarnatie van de godin Ambu, en Mustakaweni (weni bekent durfal), een Butoh-vrouw (normaal erg lelijk) die zich opgewerkt heeft door zich bepaalde krachten toe te eigenen en nu leeft binnen de muren van het paleis van de Pandava's. Mustakaweni heeft iets gestolen en Srikandi gaat daarom de strijd met haar aan. In het begin(filmpje) lijken de bewegingen gelijk van Srikandi en Mustakaweni, maar vaak worden ze door Mustakaweni net iets later of juist iets sneller gedaan. Uiteindelijk wint Srikandi door Mustakaweni met haar pijl te verwonden. 13. Srimpi Mangolo Retno: een traditionele dans uitgevoerd in een formatie van 4 danseressen. De dans beeld ook hier een gevecht uit, waarbij 2 danseressen uitgeschakeld worden en dood uitbeelden door neer te knielen.
14. Karonsih: een liefdesduet over een man en een vrouw die mekaar opnieuw leren kennen.
15. Wigena: een srimpi-achtige dans, statige dans die vooraf gaat aan een andere traditionele dans of waar een srimpi mee afgesloten wordt. zie foto hiernaast. Workshops voor volwassenen en kinderen:
RESERVEREN
dan kun je contact opnemen en bellen met
Monique op
|